Monday, August 05, 2019

Over 'Kom d'r in, zet je hoed af'

In de tijd voor de rock 'n' roll draaide het minder om de verkoop van platen van de artiest
maar vooral om het liedje dat door muziekuitgevers geplugd werd bij orkestjes en lokale zangers. In de radiostudio’s waren altijd muzikanten en zangers te vinden want er werden maar weinig platen gedraaid, er was vooral live-muziek te horen.
De omroepen hadden eigen orkesten en zangers. Een grote naam was Gerard van Krevelen die o.a. de leider van de AVRO- Romancers was. Hij had er een zangtrio bij dat hij de Singing Nightingales noemde. Ze zongen vooral vertaalde buitenlandse hits. In Amerika hadden de Fontane Sisters een hit gehad met “Let me in” geschreven door Bob Merrill, die in de jaren vijftig grossierde in hits. De Nederlandse muziekuitgever vroeg de trombonist en behendige liedjesschrijver Pierre Wijnnobel om een vertaling. Dat werd Kom d’r in, zet je hoed af. Er kwam een plaat van in 1952 en heel Nederland zong  het lied op bruiloften en partijen.
• Jacques Klöters



De baas van een kroegje in Mokum, 
Die kwam op een aardig idee. 
Hij zingt als de deur wordt geopend, 
En iedereen zingt met hem mee 

Refrein: 
Kom d’r in, zet je hoed af, 
Kom d’r in, zet je stoel maar bij. 
Doe maar net of je thuis bent, 
Vooruit zet je zorgen opzij. 

Een tramconducteur die het hoorde, 
Was dadelijk weg van dit lied. 
Hij zingt het bij iedere halte, 
Of er nu plaats is of niet. 

Refrein 

Laatst belde een vriendelijk heertje, 
Zoals je er zelden een ziet. 
Ik zei hem: ‘Kom binnen, maar dat ie 
De deurwaarder was wist ik niet!’ 

Refrein 

Ik ging van de zomer uit vissen. 
‘t Was smoorheet daar tussen het riet, 
Een snoek stak zijn kop boven ‘t water, 
En zong gemeen grijnzend dit lied. 

Refrein 

M’n buurman gaat iedere week kaarten 
En maakt het dan tamelijk laat. 
Z’n vrouw wacht hem op bij de voordeur, 
En slaat met een pook in de maat. 

Refrein 

Kom d’r in. 
Kom d’r in. 
Kom d’r in. 
Vooruit zet je zorgen opzij.

Monday, July 08, 2019

Over 'Het fiere schooiershart'

De kracht van Het fiere schooiershart zit in het zelfbewustzijn: 'ook al ziet men mij als een bajesklant, ook al noemt men mij een schooier, ik ben toch een hoogstaand mens, want ik ben enkel getroffen door het noodlot en heb een hart dat fier is gebleven'. Deze hooggestemde boodschap is op steeds omhoog gaande muziek gezet, wat natuurlijk een dramatisch dan wel triomfantelijk effect heeft. Het verhaal dat hier geschetst wordt, man raakt door omstandigheden aan lager wal en krijgt aalmoes van dochter die hem niet herkent, is een bekend motief. In de negentiende eeuw kwam het in veel melodramatische stukken voor en in de jaren dertig gebruikte Chaplin het nog in zijn film City Lights.
Het fiere schooiershart heeft sinds zijn ontstaan altijd repertoire gehouden. Het was het lievelingslied van Adèle Bloemendaal, die het nog in de jaren tachtig in een van haar shows zong.

Het ontstaan van het lied ligt in 1919 toen veelschrijver Otto Zeegers (1879 - 1938) het op papier zette. Zeegers was de zoon van een bovenmeester, een markante, bebaarde figuur met linkse opvattingen die rooie liedjes schreef (De roepstem der volken!), maar ook toneel met sociale strekking, nieuwjaarswensen voor de Stadsschouwburg , berijmde voetbalverslagen voor de sportkrant en vooral heel veel sentimentele liedjes. Grote successen waren ondermeer "Zwervers kerstnacht" en "Moeder ik kan je niet missen" , allebei gezongen door Willy Derby, de beste van de vooroorlogse smartlappenzangers. Derby had als uitgangspunt dat als hij een dichte strot kreeg bij het lezen van een tekst, die tekst voor hem geschikt was. Hij tekende voor de muziek, hoewel dat in die dagen niet hoefde te betekenen dat hij de muziek daadwerkelijk gecomponeerd had. Begin 1920 zette hij het op de plaat. Het werd een van zijn grootste successen waar de mensen steeds weer om vroegen.

HET FIERE SCHOOIERSHART (1919)

Ik loop als een schooier door weer en door wind
Bij dag en tot diep in de nacht
Er is haast geen mens me wat vriend'lijk gezind
Ik word door een ieder veracht
De dames en heren die gaan me voorbij
Er zijn er die 'k goed heb gekend
Ze houden vol afschuw hun kleren opzij
Uit angst voor zo'n schunnige vent

Maar onder m'n lompen, daar draag ik nog iets
Waarmee ik de wereld tart
Daar klopt en daar leeft
Daar lijdt en daar beeft
M'n fiere schooiershart

Er was eens een tijd - het is al jaren geleen
Dat 'k niet zo'n verschoppeling was
Toen sneed me de wind door m'n kleren niet heen
Toen drong er geen kou door m'n jas
Toen had ik een woning, toen kende 'k geluk
Toen had ik een vrouw en een kind
Opeens greep het Noodlot me weg - met een ruk
O God! wat 'k zo teer had bemind

Een krach op de beurs en m'n zaken failliet
Aan flarden m'n hele bestaan
Een vriend die me hielp? Ach, die vond ik toen niet
Ze lieten het Noodlot begaan
En drie maanden later, toen greep het m'n vrouw
En gaf haar een kerel met geld
't Was uit met haar liefde. 't Was uit met haar trouw
Ze was zo op weelde gesteld

Ik weet niet hoe alles toen juist is gebeurd
Ik was zo krankzinnig van smart
Het was of m'n kop me vaneen werd gescheurd
M'n vuist werd als ijzer zo hard
Ik wist het niet eerder, dan toen ik m'n hand
Zo gruwelijk rood zag van bloed
Ik heb... voor zijn dood... naar de Wetten van 't land
Vijf jaar van mijn leven geboet

En toen ik weer loskwam, toen was ik een man
Die niets op de wereld meer had
Zo'n schooier als ik ben, daar gruwen ze van
Zo'n schooier die vijf jaar lang zat
Maar straks toen ik in het portiek van een bar
Wat schuilde voor regen en wind
Toen hoorde 'k opeens bij de vrolijkheid daar
De stem en de lach van m'n kind

Ze was als een deerne in zij en in kant
Ze liep met een sjieke meneer
O God! en toen lei ze een gulden in m'n hand
En keek met een lachje op me neer
Ze had me in m'n lompen goddank niet herkend
Ze wist niet m'n smart en m'n leed
Ze zag niet de traan van de sjofele vent
Die 't geldstuk het water insmeet

Maar onder m'n lompen, daar draag ik nog iets
Waarmee ik de wereld tart
Daar klopt en daar leeft
Daar lijdt en daar beeft
M'n fiere schooiershart

tekst: Otto Zeegers
muziek: Willy Derby

Tuesday, June 11, 2019

Over 'Melk en honing'

Herman van Veen componeerde en zong indertijd “Melk en honing” op tekst van Rob Chrispijn. Eigenlijk een verkeerde titel, want een lied herken je aan de eerste regel, de laatste regel, de eerste regel van het refrein of aan een bijzondere kreet of ‘hook’, maar niet aan een paar woorden die er toevallig ook in voorkomen. Ken je het lied Afscheid bij het vertrek naar Indie? Of 1948? Nee, maar wel “Nou tabé dan” en “Toen was geluk heel gewoon”.
Melk en honing is een vreugdevol lied over de dag dat er een nieuw kind geconcipieerd werd: “Op de dag van jouw ontstaan” had het beter kunnen heten. Of “Per ongeluk expres”.
Angela Groothuizen zong het met een vette funky begeleiding op hammondorgel door Nico Brandsen.

Jacques Klöters





Op de dag van jouw ontstaan
Had je moeder haar mooiste jurk aan
En je vader droeg een grijs suede jasje

Samen zijn ze op die zondag de stad toen ingegaan
Verbaasd dat 't zo zacht was voor de tijd van 't jaar.
Ze keken naar de mensen in het park en naar elkaar.
Verlegen schoof je moeder dichterbij
Waar zij geen naam voor kon bedenken
Dat werd jij

Want je vader was die dag de prins, je moeder een prinses
Aanbeden door een zonnekoning werd jij de beloning
Per ongeluk expres

Op de dag van jouw ontstaan
Waren alle bomen juist begonnnen
Zich op te maken voor een nieuwe lente
Die al weken in de lucht stond
En nu van start kon gaan

Je vader was geen prater maar hij praatte honderduit
Je moeder in de schaduw, genoot van zijn geluid
En een vreemd geluksgevoel nabij
Waar zij geen naam voor kon bedenken
Dat werd jij

Want je vader was die dag de prins, je moeder een prinses
In het land van melk & honing werd jij de bekroning
Per ongeluk expres

En ook al hebben ze dan later volgens jou
Elke fout gemaakt die mensen ook maar maken
Die eerste keer schreeuwden merels het luidkeels van de daken.
En was de hemel van het allesblauwste blauw

Op de dag van jouw ontstaan
Stonden ze als bij afspraak op
En in een pas verbouwde zolderkamer
Die het daglicht nog net verdragen kon
Heeft ze haar jurkje uitgedaan

De aandacht en de hartstocht waar het later aan ontbrak
Gaf hem toen vleugels en ze vlogen hoog boven het dak
Getekend door het leven allebei
Het beste wat ze konden geven
Dat werd jij

Want je vader was die dag de prins, je moeder een prinses
Aanbeden op een bovenwoning werd jij de bekroning
Per ongeluk expres

Want je vader was die dag de prins, je moeder een prinses
In ons land van melk & honing werd jij de beloning

Per ongeluk ex pres
Per ongeluk ex pres
Per ongeluk ex pres

Sunday, March 31, 2019

Over 'Veel Mooier Dan Het Mooiste Schilderij'

Veel Mooier Dan Het Mooiste Schilderij
tekst en muziek: Han Dunk (1944)

Over Han Dunk (1909 - 1996 ) las ik in "Ik heb het lied al honderdmaal gezongen" van Co de Kloet en Leo Boudewijns , Baarn 2003 het volgende:

"Han Dunk was een productieve tekstschrijver die tot op hoge leeftijd - hij was van 1909 - zijn best deed zijn liedjes te slijten. Daartoe resideerde hij veelvuldig in het bekende restau­rant He t Ho f van Holland in Hilversum, waar hij die relaties ontving die in het Hilversumse promotiecircuit invloed had­den.
Hij behoort tot de schrijvers die de oorlogsjaren hebben meegemaakt, een periode waarin het Nederlandse lied welig tierde, aangezien zingen in het Engels verboden was.
Eddy Christiani: 'De grootste triomf was voor het Neder­landse lied. Plotseling bleken er talloze mensen te bestaan die heel aardige Nederlandse liedjes konden maken. Het enge levenslied was passé. Iedereen scheen te begrijpen dat men in deze ellendige tijd geen behoefte meer had aan dooie moeders, witte rozen, kerkhofmuren en werkloze handen. Lieve meisjes en mooie oorden werden bezongen, de romantiek bloeide op als nooit tevoren. Ook ik begon er aardigheid in te krijgen, legde me er bij neer dat ik geen Engels meer mocht zingen en ik begon zelf ook liedjes te maken. Han Dunk nam mijn Sunny Madeira mee naar huis en kwam terug met: O, zonnig Madeira, Land van liefde en zon, Ik wou dat ik daarheen Met jou reizen kon. Daarna ben ik belachelijk populair geworden.'
Han Dunk heeft in die oorlogsjaren onsterfelijke regels geschreven in misschien niet altijd zo onsterfelijke liedjes:
'Een ogenblikje stilte in een wereld vol lawaai', 'Als op Capri de rozentuinen bloeien', 'Veel mooier dan het mooiste schilderij, ben jij, mijn lieveling, ben jij', en niet te vergeten 'Eens zal de Betuwe in bloei weer staan', het liedje dat dé bevrijdingshymne zou worden, meer nog dan 'Hier zijn de appeltjes van oranje weer' of 'Cheerio, cheerio, in Hol­land daar zingen ze zo'."

• Jacques Klöters


Thursday, March 28, 2019

Bij 'Als op het Leidscheplein'

Ik moest vanmorgen denken aan dat mooie lied Als op t Leidseplein. Adrie van Oorschot (1920-2004), een jonge artiest die zich niet wilde opgeven voor de Kultuurkamer en daarom niet mocht werken, ging in het najaar van 1943 kijken naar zijn collega’s van de Snip en Snap-revue “Tok tok tok al weer een ei”. Het was het donkere najaar van 1943, de tijd dat steeds meer joden naar Westerbork gesleept werden, de tijd van de Arbeitseinsatz, dwangarbeid in Duitsland en de onderduik van degenen die zich er aan konden onttrekken. Maar het was ook de tijd dat het concertbezoek met 45 % en het filmbezoek met 85% steeg. Wat er in cafés, zalen en theaters aan amusement geboden werd, was niet op de bon en werd gulzig geconsumeerd. Ondanks de ellende of misschien wel dankzij de ellende zaten de zalen vol. Even onder elkaar in het donker naar een andere wereld vol licht en plezier kijken, even wegdromen, even getroost worden, even de spanning weglachen.

In het liedje Als op het Leidscheplein klonk het verlangen door naar een tijd zonder de Duitsers en met lichtjes, zonder vliegtuigen boven je hoofd en zonder de kans dat je werd opgepakt. Toen Willy Walden met zijn nasale stem dat lied zong werd de hele zaal er stil van, herinnerde Adrie van Oorschot zich. “Je werd er koud van. Het was een soort verzet en nostalgie tegelijk, een hevig verlangen naar de tijd van vroeger.”

De componist van de Snip & Snap-revue was in die tijd Cor Steyn (1906-1965), een populaire figuur op de VARA-radio en in het Amsterdamse City theater. Hij was daar dirigent van het theaterorkest, bespeelde daar het grote bioscooporgel en op zondagochtend was er community-singing onder zijn leiding.

De muziek van Als op het Leidscheplein is opgebouwd zoals de populaire Amerikaanse songs van die jaren. Eerst een inleidend ‘verse’ van een paar regels dat meestal weggelaten wordt, dan de eigenlijke melodie die twee maal ten gehore wordt gebracht waarna er een prachtige ‘bridge’ volgt, een bruggetje zegt men in het Nederlands – zo arm in arm jij en ik etc – en daarna terug naar de hoofdmelodie. ABBCB noemt men deze vorm onder liedjesschrijvers.

De tekstschrijver was Bert van Eyk en achter dat pseudoniem verschool zich de NSB’er Jacques van Tol (1897-1969) die net zo makkelijk propaganda voor de Duitsers schreef als een gevoelig liedje tegen de Duitsers. Een vakman in de slechtste betekenis van het woord.

Het lied werd in augustus 1943 op de plaat gezet en ging een leven leiden dat nog steeds niet afgelopen is. Het wordt algemeen beschouwd als een van de mooiste liedjes uit de oorlogstijd.

• Jacques Klöters

Tuesday, March 26, 2019

Overdenking bij 'Mooi' van Maarten van Roozendaal

Zo'n bespiegelend lied is eigenlijk een monoloog. In het cabaret van vroeger werd zo'n lied 'gezingzegd'. Half peinzend uitgesproken waarbij de begeleider 'souligneerde', heel vrij een mooie melodie speelde die steeds knap bij het einde van de gesproken regel uitkwam. Herinner je je Corry Vonk met Het konijn is dood? Of Wim Kan met het aangrijpende Er leven haast geen mensen meer? Eigenlijk deed Maarten van Roozendaal dat ook wel op een andere manier en Theo Nijland nu nog. Niet op de muziek zingen, maar tekst zeggen over de muziek heen.

• Jacques Klöters

Sunday, October 05, 2014

Antony Kok -- De wisselwachter